De crowdfund plusfactor

C. Cornell Evers Amazone, Brazilië, Klimaat

Crowdfunding. Doen of niet doen? Bij particulieren “bedelen” om de kosten van een journalistiek project te kunnen financieren. Niets voor mij, dacht ik. Maar na ruim dertig jaar freelancejournalist te zijn geweest, droogde de stroom opdrachtgevers de laatste jaren op. Bij de media die nog wel zo nu en dan een reportage of verhaal afnamen, draaide ik meestal zelf op voor de productiekosten. Tegelijkertijd werd crowdfunding steeds populairder. Er waren collega’s die er succes mee hadden, vooral als het onderwerp van hun aandacht aansloot bij de hype van de dag. Ik bleef echter mijn twijfels hebben. Ik had over mijn fotoreportages wel eens een balletje opgegooid bij Voordekunst. Dit populaire crowdfunding platform vond mijn werk geen kunst (klopt), en ikzelf had eerlijk gezegd zo mijn twijfels over de daar aanwezige kennis van het journalistieke vak. In 2014 organiseerde ik op mijn eigen website een crowdfunding campagne. Het geld voor een serie achtergrondverhalen over het Wereldkampioenschap Voetbal in Brazilië kwam er, maar was voornamelijk afkomstig van familie en vrienden. Twee jaar later zocht De Coöperatie van en voor Journalisten samenwerking met Voordekunst. Er werd een Matchingfonds opgericht. Een van de spelregels stelt dat het fonds bedragen voor journalistieke projecten opgehaald via Voordekunst verdubbelt. Dit betekent in de praktijk dat je minder hoeft te crowdfunden om toch uit de kosten te komen en aan de slag te kunnen. Eind 2016 kreeg ik groen licht van het platform.

Ik wilde onder de titel “Kantelende Amazone” een laagdrempelige longread maken (het werd uiteindelijk een serie) over de stand van zaken in het Amazonegebied met betrekking tot water, lucht, bos, biodiversiteit, economische ontwikkeling en verstedelijking en de gevolgen van veranderingen daar voor de rest van de wereld. Om mijn slagingskans te vergroten had Voordekunst nog wel wat adviezen voor mij. Drie adviezen die ik niet kon gebruiken wil ik niet onvermeld laten. Zo werd mij aangeraden een filmpje te maken waarin ik zelf prominent zou figureren. Ik heb dit advies genegeerd. Als ik vond dat ik het goed deed op het scherm, was ik wel tafelheer bij DWDD geworden. Ook vindt Voordekunst dat je eerste doel je privé-netwerk is: vrienden en familie. Eerst moet je hen strikken alvorens de rest van het land te verleiden om een paar euro in jouw project te steken. Maar ja, vrienden en familie zien je (weer) aankomen. Dat werkt een of twee keer en dan is het over. Je publiek vergroten doe je op deze manier ook niet. Ooms en tantes lezen je werk sowieso wel. Het advies om sociale media pas in te zetten als het doelbedrag al voor een flink deel binnen is, heb ik ook genegeerd. Het internet heeft mij vanaf de eerste dag donateurs én nieuwe lezers opgeleverd. Onder deze laatsten waren er die, afgaande op hun sociale media tijdlijn, het over veel met mij oneens zijn maar toch het avontuur aangingen. Het vinden en aanspreken van die groep is wat mij betreft de belangrijkste plusfactor van crowdfunding. Een andere plusfactor, specifiek gekoppeld aan Voordekunst, is de mogelijkheid tot updates van je project. Je hebt hiermee een weblog tot je beschikking dat door de koppeling met Voordekunst steevast hoog scoort in de zoekresultaten van Google en consorten.

Het doelbedrag was halfweg de periode die daarvoor stond binnen, dankzij en ondanks de samenwerking met Voordekunst. Mijn advies: Crowdfunden? Gewoon doen. Maar “Dare to be Different”.