WK 2014 wast vervuilers groen

De Braziliaanse minister van milieu wil de CO2-uitstoot van het Wereldkampioenschap Voetbal compenseren en gaat daarvoor in zee met bedrijven die zelf een structureel aandeel hebben in de aantasting van het milieu maar nu een duurzaamheidsdiploma krijgen.

Aap op sojaplantage in Mato Grosso. Uit “Uma certa Amazônia” van fotograaf Alberto César Araújo

Begin juni presenteerde de Braziliaanse minister van milieu Izabella Teixeira trots de resultaten van een WK-actie van haar ministerie. Volgens haar is er door samenwerking van de federale overheid van Brazilië en het bedrijfsleven een equivalent van 420,5 ton CO2 gecompenseerd, wat maar liefst zeven keer de verwachte uitstoot van broeikasgassen gegenereerd door het WK zou zijn. De bedrijven die hun medewerking hebben verleend en op vrijwillige basis gecertificeerde emissierechten hebben gedoneerd of nog willen doneren worden officieel geregistreerd en krijgen het “lage CO2” keurmerk van de overheid.

Ontbossing

Wordt het WK met deze actie tegen veler verwachting in nu toch een “Green World Cup”? Nee, zegt de Nederlandse wetenschapper Marcel Hazeu, werkzaam aan de federale universiteit van de staat Pará in Belém. Hij gelooft sowieso niet in de CO2 kredietmarkt als oplossing voor milieuproblemen.
Hazeu: “Het compensatiesysteem lijkt geen milieuverbeteringen te bewerkstelligen en zelfs meer sociale en milieuproblemen te veroorzaken. In de Amazone wordt er druk gespeculeerd en onderhandeld en traditionele bewoners verboden hun productiemethoden uit te voeren. Die laatsten raken de zeggenschap over hun land kwijt, terwijl de ontbossing en agribusiness rustig oprukken. Zelfs eucalyptus- en palmolieplantages zijn aan het onderhandelen over hun aandeel in de CO2-markt.”

Vervuilers

Geconfronteerd met de lijst van elf bedrijven die door hun bijdrage aan het compenseren van de WK-uitstoot van de Braziliaanse overheid een soort duurzaamheidsstempel krijgen, ziet Marcel Hazeu “een lijst van de grootste vervuilers en milieuvernietigers”.
En inderdaad, een staalbedrijf als Siderúrgica Norte Brasil S/A, een van de elf en onder andere betrokken bij de bouw van de Belo Monte dam, kan moeilijk als erg schoon worden bestempeld. Een andere donateur, Gerdau, eveneens een staalbedrijf, wordt met Petrobras, Shell en Cargill tot de meest watervervuilende bedrijven gerekend die Brazilië kent.

Soja

En dan is er Bunge, één van Brazilië’s grootste landbouwexporteurs. Bunge wordt door Greenpeace bestempeld als een bedrijf van “grote winst” in combinatie met “dirty business”. De milieuorganisatie beschuldigde Bunge ervan betrokken te zijn bij de bouw van illegale exportfaciliteiten in het Amazonegebied. Verder zou Bunge producten betrekken van landbouwbedrijven betrokken bij landroof van inheemse volken, van bedrijven die in verband met slavenarbeid worden gebracht en van illegale soja-plantages. In het verleden werd het bedrijf er door het federale hof al van beschuldigd medeverantwoordelijk te zijn voor de grootschalige vernietiging van de Cerrado in de Noord-oostelijke staat Piauí.

De Braziliaanse minister van milieu wil de CO2-uitstoot van het WK compenseren en gaat daarvoor in zee met bedrijven die zelf een structureel aandeel hebben in de aantasting van het milieu maar nu een duurzaamheidsdiploma krijgen. Om de trainer van het succesvolle Nederlandse team te parafraseren: “Mevrouw Teixeira, bent u nou zo dom of….?”

Het WK Voetbal in Brazilië zou een “Green World Cup” worden. Of zoals de Braziliaanse minister van milieu Izabella Teixeira in januari 2013 zei: “Wij zullen groene kampioenen zijn van de beste en meest duurzame World Cup.” Of dat gelukt is? C. Cornell Evers zoekt de komende weken naar antwoorden.