Slecht nieuws voor Nederlandse bedrijven die dachten te kunnen verdienen aan een omstreden soja transportroute door het Amazoneregenwoud. Het geld is op. En dat is goed nieuws voor de Amazone, zijn bewoners en het klimaat.

‘Hoe Europese bedrijven bijdragen aan het kappen van Amazonewoud voor sojaproductie.’ Een bericht met deze titel verscheen in oktober 2017 op de website van GroenLinks. Schrijver was Europarlementariër Bas Eickhout. De openingszin luidde: ‘Europese bedrijven en overheden (waaronder Nederland) maken met toestemming van Brazilië de ontbossing van het regenwoud tot businessmodel.’ In het bericht werd verwezen naar het mede door Eickhout zelf in september 2017 gepubliceerde rapport ‘Trends and Risks of Deforestation in the Brazilian Amazon’.

PIB
Het Ministerie van Buitenlandse Zaken van het kabinet-Rutte II lanceerde in 2013 het Convenant PIB Actieplan Multi- en Synchromodale Corridors in Brazilië. Het doel was om de haalbaarheid van een snelle sojaroute vanuit de deelstaat Mato Grosso via de Amazone naar de havens in het noorden van het land uit te werken. PIB staat voor Partners for International Business.

De deelnemers aan het samenwerkingsverband waren Panteia, TNO, EICB, STC-Group en Connekt. Vanuit de overheid betrokken partijen bij de uitvoering van het convenant waren het Ministerie voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking van PvdA minister Ploumen, waaronder DG Buitenlandse Economische Betrekkingen en Agentschap NL.

Nederland betaalde het onderzoek waarin Nederlandse bedrijven inventariseerden of er transportcorridors naar de noordkust van Brazilië konden komen. Dat onderzoek leidde tot het begin van de Corredor Norte (Noord-Corridor) als ontwikkelingsproject.

Het waren ook Nederlandse bedrijven die in het eerder genoemde onderzoeksrapport adviseerden om een nieuwe spoorlijn aan te leggen, Ferrogrão (Graanrail), 1142 kilometer rails dwars door inheemse gebieden en natuurparken.

Hoewel Nederlandse media (Groene Amsterdammer, Trouw, OneWorld) dit voorjaar in artikelen verontwaardigd reageerden op de Nederlandse betrokkenheid bij de ontwikkeling van de Corredor Norte, en in hun voetspoor leden van de Tweede Kamer, kwam een en ander niet echt uit de lucht vallen. De betrokkenheid van het Nederlandse bedrijfsleven maar ook van de Nederlandse overheid bij de ontwikkeling van de transportroute was, zoals gezegd, al sinds 2013 bekend. Een en ander was ook geen geheim, zoals vrij toegankelijke publicaties en documenten aantonen.

Geen geld
“Corredor Norte? Dàt verhaal is oud.” De Braziliaanse bos- en klimaatwetenschapper Niro Higuchi zegt het lachend: “Er is geen geld. We hebben het hier onder andere over het opnieuw aanleggen van een snelweg. Daar wordt al vijf jaar over gesproken en nog altijd is er geen definitieve beslissing, gewoon omdat er geen geld voor is.”

Dr. Niro Higuchi werkt bij INPA, het Nationale Instituut voor Amazone Onderzoek in Manaus in de Braziliaanse deelstaat Amazonas. Hij leverde in 2007 een belangrijke wetenschappelijke bijdrage aan een rapport van het Intergovernmental Panel on Climate Change (IPCC) van de Verenigde Naties dat van grote invloed was op de manier waarop de wereld naar klimaatverandering ging kijken. Niro Higuchi doet bij INPA onderzoek naar de mogelijkheden van bosmanagement.

Gevraagd of hij denkt dat de Corredor Norte er zal komen, antwoordt Niro Higuchi: “De enige hoop dat de plannen in de ijskast blijven is dat Brazilië geen geld heeft om ze uit te voeren. Tenminste voorlopig. De komende jaren, vijf, tien, zullen de investeringen van Brazilië in de Amazone erg laag zijn. Je kunt het zien aan de conditie van de wegen in heel Brazilië. Die is vreselijk. Alles is oud en vervallen. Brazilië heeft geen geld om nieuwe wegen aan te leggen. Ze hebben niet eens geld om bestaande wegen te onderhouden. Deze regering heeft het geld niet, en een volgende zal evenmin mogelijkheden hebben om te investeren.”

“De consumptie neemt toe. De wereldbevolking neemt toe. Iedere dag, elke minuut. Het is moeilijk om dan positief te blijven over de toekomst.”

De Braziliaanse regering kondigde begin dit jaar aan te stoppen met de bouw van grote waterkrachtcentrales in het Amazonegebied. De regering beweerde dat de beslissing een reactie was op het hevige verzet van milieuactivisten en inheemse groepen, maar hoewel dat een deel van de reden kan zijn, zien experts ook andere oorzaken. De afname van de politieke invloed van de grote bouwbedrijven in Brazilië veroorzaakt door het Lava Jato (Wasstraat) corruptieonderzoek is waarschijnlijk een belangrijke oorzaak van de beleidswijziging. Dat geldt ook voor de huidige, achterblijvende toestand van de Braziliaanse economie, waardoor het onwaarschijnlijk is dat de grote ontwikkelingsbank van Brazilië (BNDES) in dergelijke miljardenprojecten zal investeren. (bron: Mongabay)

Niro Higuchi: “Een en ander is vertraagd. Niet om visie, maar om geld. Je ziet het in de Xingu rivier, bij de Belo Monte Dam, dat is nooit gestopt. Ze doen er een beetje langer over. Maar gestopt is het nooit. Maar niet omdat men zich bewust werd van de risico’s, nee, gewoon omdat de regering niet genoeg geld heeft. Je weet van al die schandalen waarbij grote bedrijven zijn betrokken? De komende vijf jaar zijn er geen bedrijven die grote constructiewerkzaamheden kunnen uitvoeren.”

Kortom: De rampzalige economische situatie van Brazilië brengt hoop voor de Amazone.

Niro Higuchi: “En voor het klimaat.”

Ik had eerder, ruim een jaar geleden, een conversatie met Antônio Donato Nobre, een Braziliaanse wetenschapper die werkt voor INPE (Nationaal Instituut voor Ruimte Onderzoek) en die enkele jaren terug wereldwijd media-aandacht kreeg voor zijn rapport over ‘Vliegende Rivieren’. Nobre zei toen dat in sommige delen van de Amazone er al sprake was van een kantelpunt, door hem omschreven als: “De perverse, zichzelf versterkende cyclus van klimaat-aangedreven vernietiging.”

Niro Higuchi: “In het zuiden van de Amazone, ja, in het noorden van Mato Grosso, het zuiden van Para. De situatie daar is niet goed.”

Geen mogelijkheden meer voor herstel?

Niro Higuchi: “Moeilijk te zeggen. Het is moeilijk om over de horizon te kijken. Als we praten over 200, 300 jaar, dan zou het kunnen.”

De wetenschapper van INPA is weinig positief over de toekomst van de Amazone.

Niro Higuchi: “Niet alleen over de Amazone, over alles. De consumptie neemt toe. De wereldbevolking neemt toe. Iedere dag, elke minuut. Het is moeilijk om dan positief te blijven over de toekomst. Niet mijn toekomst. Mijn toekomst is gegarandeerd. Misschien tien jaar, twintig, maar mijn toekomst is oké. En zelfs voor mijn kinderen en kleinkinderen zal de toekomst niet echt veel problemen brengen. Maar daarna, de toekomst van deze planeet, daar ben ik niet positief over. Of optimistisch.”

De toekomst van de planeet of van de mensheid?

Niro Higuchi: “Mensen. Vanuit een antropologisch gezichtspunt is het de mensheid die het bestaan van de planeet zijn waarde geeft. Wanneer iedereen verdwenen is, dan is er geen planeet meer.”.

Een jaar geleden zei Niro Higuchi mij over het Akkoord van Parijs dat met name ook de Braziliaanse regering lucht verkoopt, dat ze met loze beloftes kwam. Herbebossing zou in de aantallen zoals beloofd door de Braziliaanse regering onmogelijk zijn. Toch beloofde de regering onlangs de komende paar jaar een enorme hoeveelheid bomen te gaan planten. Er zouden zelfs drones worden ingezet om de bomen te planten.

Niro Higuchi: “Twaalf miljoen hectare. Hoe ze dat gaan doen, weet ik niet. Er zijn nog twaalf jaar te gaan om dat doel te bereiken. Twaalf jaar, maar er is nog niet één simpel zaadje om te beginnen met het planten van deze twaalf miljoen hectare. Er is nog NIETS gedaan. Het zijn lege beloften. Ik geef je een getal. Brazilië introduceerde in 1966 een enorm groot herbebossingsprogramma. Sinds toen is er in beginsel eucalyptus en den geplant. In meer dan 50 jaar is er zeven miljoen hectare commercieel herbebost. Daar is de overgrote meerderheid van het geld naar toe gegaan. En nu hebben we maar twaalf jaar. Deze belofte geldt voor 2030. Dat gaat lastig worden en we zijn niet eens begonnen. Zelfs als we nu beginnen, dan is het al niet meer haalbaar. We hebben niet de zaailingen om te planten.”

Jonge bomen hebben ook niet dezelfde capaciteit om CO2 te absorberen, is het niet?

Niro Higuchi: “Nee. Op zekere dag zullen deze planten de capaciteit hebben om CO2 te absorberen. Maar we moeten nu tot aan 2030 minimaal twaalf miljoen hectare planten zoals de regering heeft beloofd. Als we nu beginnen, dan gaan we geen eucalyptus planten, geen dennenbomen. We moeten een natuurlijke herbebossing planten. Maar om dat te doen, op zo’n grote schaal, daar hebben we de kennis niet voor. We hebben de kennis voor greenhouse-experimenten van duizend hectare. Het grootste project voor herbebossing in de Amazone is het Jari-project. Daar is men ooit begonnen met planten, maar het project is opgegeven en nu staat er honderd procent eucalyptus. Maar ook als je eucalyptus wilt planten, moet je op zijn minst zaden hebben om zaailingen te kweken.”

Eucalyptus is erg brandbaar.

Niro Higuchi: “Dat is elke boom. Dat is een klein punt. Ik wilde dat ik eucalyptus kon planten. Minstens een miljoen hectare. Misschien dat met een miljoen hectare eucalyptus in de Amazone we de druk op het natuurlijke systeem kunnen verlichten. En de eucalyptus kennen we erg goed. De zaadtechnologie. De zaailingentechnologie. De beplantingstechnologie. De managementtechnologie.”

Het is een monocultuur.

Niro Higuchi: “Het is beter dan niets.”

Jari-project
Het Jari-project was een poging om een tropische boomkwekerij in Brazilië op te zetten voor het produceren van pulp voor papier. Het was een geesteskind van de Amerikaanse ondernemer en miljardair Daniel K. Ludwig. In de jaren vijftig merkte deze dat de vraag naar papier toenam. Ludwig voorzag een toekomstige stijging van de papierprijs als gevolg van de toename van massamedia. Omdat het grootste deel van het natuurlijke boshout niet geschikt was voor de papierproductie, plande Ludwig een locatie waar het natuurlijke bos zou worden vervangen door een boomkwekerij. Aanvankelijk overwoog hij om zijn boomkwekerij in Costa Rica te lokaliseren, maar de Braziliaanse militaire regering moedigde hem aan om zich te vestigen op de benedenloop van de Jari-rivier (Rio Jari), een noordelijke zijrivier van de Amazone-rivier op de grens tussen de staten Pará en Amapá in het noordoosten van Brazilië. (bron:wikipedia)

Methaanpieken
Net als Niro Higuchi is de Amerikaanse professor Philip Fearnside als onderzoeker werkzaam bij INPA. In zijn werk legt hij grote interesse aan de dag voor de menselijke ‘draagkracht’ in relatie tot de omgeving, het milieu. Hij richt zich daarbij vooral ook op de impact die waterkrachtcentrales, dammen hebben.

‘Dam the Rivers, Damn the People. Development and Resistence in Amazonian Brazil’ was de titel van het boek waarmee de schrijfster Barbara J. Cummings in 1990 aandacht vroeg voor de bouw van enorme waterkrachtcentrales in het Amazonegebied en de daaruit voortvloeiende vernietiging van mens en natuur. ‘Dam the Rivers, Damn the People’ gaat over twee van de meest getroffen gebieden, de rivier Xingu in de deelstaat Para en Balbina in de deelstaat Amazonas. Beide spelen ook een rol in de wetenschappelijke loopbaan van Philip Fearnside. Hij wist al in 1975 – en was daarmee naar eigen zeggen de eerste – van de plannen voor de Belo Monte Dam in de benedenloop van de Xingu, een zijrivier van de Amazone, vertelde hij in 2016 in een interview: “Ik had een kaart die liet zien welk gebied onder water moest worden gezet… Maar het was tijdens de dictatuur, dus niemand kon iets zeggen of doen.” Fearnside liet het onderwerp noodgedwongen rusten; tot tien jaar later bij de bouw van de Balbina Dam, niet ver van zijn woonplaats Manaus.

“Dat alles gewoon uit de hand loopt en de natuur zijn eigen gang gaat, het kantelpunt bereikt is en alles is out of control.”

De Balbina Dam werd tussen 1985 en 1989 gebouwd en zette bijna 3000 vierkante kilometer bos onder water. Miljoenen bomen verdronken en werden, rottend in het water, een bron van broeikasgassen, van CO2 en methaan. Het project veroorzaakte een immense, bewust georganiseerde ecologische ramp en beroofde op grote schaal inheemse volken, met name Waimiri-Atroari, van hun land. De dictatuur was voorbij en Philip Fearnside zweeg niet langer. Hij besloot tot een groot onderzoek naar de gevolgen van dit enorm dure en controversiële project. Zijn eerste publicatie over de uitstoot van broeikasgassen door de bouw van waterkrachtcentrales verscheen in 1995. Fearnside toonde hierin aan dat de emissies door de Balbina Dam hoger waren dan die van een elektriciteitscentrale die draait op fossiele brandstoffen. De waterkrachtindustrie was, zacht uitgedrukt, niet blij met het rapport. Er volgden in de loop der jaren vele pogingen, ook vanuit de Braziliaanse overheid, om het werk van Fearnside te dwarsbomen. Het mocht niet baten. De wetenschapper ging door en werd voor zijn werk regelmatig onderscheiden.

Ik sprak Philip Fearnside begin 2017, onder andere over broeikasgassen. Er is veel aandacht voor de toename van CO2 in de atmosfeer en de gevolgen daarvan voor het klimaat? Maar het ergste moest volgens de wetenschapper nog komen: Methaan! Met dank aan de damverslaafde Braziliaanse overheid.

Fearnside: “Methaan is een van de zaken die veel belangrijker worden dan ze nu al zijn. Het is een krachtig broeikasgas dat onder andere wordt uitgestoten door draslanden en stuwmeren. Brazilië heeft grote plannen voor de bouw van waterkrachtcentrales en dat levert een significante hoeveelheid methaan op. Vergeleken met methaan heeft CO2 een meer ‘milde’ impact op de opwarming van de aarde. De impact van methaan duurt minder lang maar is erg intens. Methaan is tweehonderd keer krachtiger dan CO2 in het ‘blokkeren’ van de warmtestraling. Kijken we naar de komende twintig jaar, inclusief de feedback, dan heeft elke ton methaan een impact van 86 ton CO2.”

Het is een jaar later en er zijn steeds meer berichten van wetenschappers die onverklaarbare methaanpieken meten, en niet alleen in het Amazoneregenwoud.

Witte olifanten
Fearnside noemt, als ik hem weer spreek, het runaway greenhouse effect. Dat betekent, in zijn woorden, “dat alles gewoon uit de hand loopt en de natuur zijn eigen gang gaat, het kantelpunt bereikt is en alles is out of control.” De Amazone ligt in het centrum van dat alles, zegt Fearnside. “Er is daar zo’n grote opslag van koolstof. En die kan in de atmosfeer terecht komen. Zowel door bewuste ontbossing, als door het passeren van een kantelpunt. En dan hebben we het niet alleen over het bos maar ook over de bodem onder dat bos.”

Runaway greenhouse effect
Een runaway greenhouse effect (op hol geslagen broeikaseffect) is een proces waarbij een netto positieve terugkoppeling tussen oppervlaktetemperatuur en atmosferische opaciteit de sterkte van het broeikaseffect op een planeet verhoogt totdat het oceaanwater het kookpunt bereikt en verdampt.

Hij heeft geen goed woord over voor de Nederlandse inbreng bij de ontwikkeling van een soja transportroute dwars door inheemse gebieden en natuurparken. “Het zijn niet alleen de Nederlanders. De Chinezen zijn ook geïnteresseerd. Het probleem is dat de aanleg van de corridor, maar ook het vervangen van weidegronden door sojaplantages – waarbij vaak wordt gezegd, ja, maar het is toch al ontbost, dus wat maakt het uit – indirect een heel groot effect op de ontbossing in het gebied heeft. Doordat de soja-industrie belangstelling heeft voor voormalige weidegronden stijgen deze in waarde, waardoor de farmers deze gronden voor veel geld kunnen verkopen, om daarmee elders in het gebied weer andere terreinen op te kopen en te ontbossen. Indirect zorgt dit voor een verspreiding van de ontbossing, die verder gaat en verder en verder.”

Zoals gezegd heeft de Braziliaanse regering begin dit jaar aangekondigd te stoppen met het bouwen van mega-dammen in het Braziliaanse Amazonegebied. Evenals Higuchi heeft ook Fearnside zijn twijfels over de beweegredenen. “Witte olifanten” noemt hij de dammen die officieel van de lijst zijn verdwenen, maar die volgens hem ieder moment “weer kunnen opduiken, gewoon omdat het niet anders kan.” Fearnside: “Wil je doorgaan met het transport van soja over de rivieren, dan is er elektriciteit nodig en moeten er dammen worden gebouwd. Er is water nodig om de turbines van de dammen te laten draaien. En de turbines, die soms al zijn gekocht, zijn het duurste van de hele constructie.”

De Nederlandse ambassade in Brazilië ziet, zo is inmiddels bekend, de soja corridor als een van de belangrijkste prioriteiten voor de komende jaren, ‘door de kansen die de aanleg ervan biedt aan het Nederlandse bedrijfsleven’. Echter volgens Niro Higuchi – en die heeft daar best zicht op – zullen “de komende jaren, vijf, tien, de investeringen van Brazilië in de Amazone erg laag zijn.” Dat is dan misschien slecht nieuws voor het Nederlandse bedrijfsleven maar (voorlopig) goed nieuws voor de Amazone, zijn bewoners en het klimaat.

Lees ook: ‘Vernietiging Amazone leidt tot extreme weerbeelden’ en ‘De Amazone gewurgd of hoe de elektrische douche het regenwoud bedreigt’

Dit artikel is mede mogelijk gemaakt door het Matchingfonds van De Coöperatie, een initia­tief voor freelance journalisten.