Terug naar de Amazone 2

Vroeger, toen hij stroomopwaarts in de scheepsbouw werkte, kwam Raimundo regelmatig in Airão, om er voorraden in te slaan. Hij laat zijn gekromde vingers zien. Er waren altijd veel carapanãs, muskieten daar. Vijf keer had hij malaria gekregen en alleen de laatste keer had hij de medicijnen van de blanken genomen.

Airão was een gewelddadige stad, waar de enige wet die van de eigenaars was. Vier broers uit de Portugees-joodse familie Bezerra, uit het noordoosten van Brazilië, hadden de stad in de negentiende eeuw gesticht en tot in 1962, toen de laatste eigenaar, Francisco Bezerra, Airão verliet, buitte de familie alles uit in het gebied. In het begin hielden ze zich vooral bezig met de verwerking van rubber en paranoten, later kwam daar de handel in schildpadden bij en in pirarucu, de grote roofvis van de Amazone. Er werd op jaguars gejaagd. Zelfs de kaaimannen in de rivier waren niet meer veilig voor de stropers van de Bezerra’s.

Leden van de naburige Waimiri-Atroari stam vielen de stad regelmatig aan. Tussen 1942 en 1967 werden meer dan 600 mensen door hen gedood. Raimundo vertelt over Domingos Velozo, die hij had leren kennen en die als enige een overval overleefde. “Zijn hele familie was uitgemoord. Op zekere dag, toen ze opnieuw kwamen, wachtte hij hen op met een geweer en een pan vol kogels en doodde ze allemaal. Sinds die tijd vermoordde hij elke Waimiri die hij op zijn weg tegenkwam.”

Hij noemt ook Padre Calleri, een katholieke priester die bij de indianen woonde en door hen was opgegeten. “Sommigen stammen eten hun vijanden, niet elke vijand, maar de belangrijke mensen. Niet om hun honger te stillen maar omdat ze boos zijn. Padre Calleri woonde bij enkele families langs de Camanaú rivier, ergens bij de bron, daar waar nu de snelweg van Manaus naar Boa Vista ligt. Na zijn dood viel het leger, dat zich tot dan afzijdig had gehouden, het gebied binnen en doodde veel Waimiri. Dat was in 1967. De stad bestond toen al niet meer.”

“En sindsdien rust er een vloek op de plek?”

“Al veel langer. Er woonde een priester in het stadje. Niemand mocht hem. Niemand wou een priester die hen de les las en zei dat ze niet zo gewelddadig moesten zijn. Op een dag namen ze hem gevangen. Ze sloten hem op in een kippenhok en verkrachtten hem. Niet lang daarna vertrok hij, maar niet nadat hij een vloek over Airão had uitgesproken. Hij schopte het stof van zijn sandalen en zwoer dat de stad in een nest vol mieren zou veranderen. Dat was in 1934.”