Terug naar de Amazone 4

De rivier wordt druk bevaren en ook ‘s nachts gaan de transporten door. Door de deining die de schepen veroorzaken, zwiert mijn hangmat heen en weer als de slinger van een dolle klok. Ook de muziek die vanaf de boten over het water schalt en de felle schijnwerpers waarmee de oever wordt afgetast, halen me steeds uit mijn slaap.

De planken van de boot naar het stadje buigen diep door naar het stilstaande water eronder dat bruingrijs is en waaruit een geur van verrotting stijgt.
Op straat voetballen kinderen met een levende rat. Luid piepend rent het dier heen en weer tot het – na een laatste welgemikte trap – niet meer verder kan en stuiptrekkend blijft liggen.
Onder een houten afdak slachten mannen een koe. Met bijlen en messen wordt op het kadaver ingehakt. Het zand onder hun blote voeten kleurt langzaam rood.

Het begint te regenen, eerst zacht, maar al snel gutst het water in stromen langs de haastig neergelaten dekzeilen. Papegaaien vliegen luid kwetterend over. In de kruin van een boom beweegt traag een luiaard. Een kaaiman waggelrent op hoge steltpoten naar de oever en glijdt in het water.

Als de regen ophoudt, hangen langs de rivier gieren hun vleugels als zwarte lakens over de takken te drogen. Op het dak van een boot dansen meisjes op het ritme van de Boi Bumba.