Gemengd geloven in Latijns-Amerika

Meesters van het syncretisme

De Portugezen namen hun katholieke heiligen mee. De tot slaaf gemaakte West-Afrikanen hun goden. En de autochtone indianen hadden hun geesten al. Brazilië bracht zo in vijf eeuwen een unieke vermenging van godsdiensten voort, gepraktiseerd door een even gemengd volk met een onstuitbare drang tot geloven. Inmiddels strekt het Braziliaanse syncretisme zich uit over andere delen van Latijns-Amerika en kom je in de Argentijnse hoofdstad Buenos Aires op de huisaltaren dezelfde halfgoden tegen als in de duizenden kilometers noordelijker middenin het Amazonegebied gelegen metropool Manaus.

Processie in Manaus ter ere van Onze Lieve Vrouwe van de Onbevlekte Ontvangenis.

Het geloof leef je hier groter dan groot

God is Braziliaan

Fluisteren we in Nederland dat we graag zonder schroom over God zouden willen spreken, in Brazilië schreeuwen ze het uit. Geloven is daar simpelweg goed voor de mens en God is alom aanwezig in de meest uiteenlopende gedaanten.

“Wat voor kostuum is dat in hemelsnaam?” vraagt een vriend verbaasd als twee jongemannen – blank, Noord-Amerikaans uiterlijk – met strakke gezichten voorbijlopen. We zitten aan de tafeltjes op het trottoir voor de legendarische Bar do Armando, drenkplaats van bohémiens en wie daarvoor door willen gaan. De jongens zijn nieuw hier in Manaus, miljoenenstad in het tropisch regenwoud en hoofdstad van de Braziliaanse deelstaat Amazonas.

Met hun knielange habijt, met daarop in rood, wit en goud de afbeelding van een zwaard, en hun zwartleren laarzen, roepen ze associaties op met de Noorse extremist Anders Breivik. Die liet zich graag als een moderne tempelier afbeelden. Tot voor kort waren hier naast de bebaarde franciscaner broeders van de São Sebastião-kerk vooral mormonen in hun zwarte pakken met witte overhemden te zien. Die lijken nu concurrentie te krijgen van de uiterst rechtskatholieke Herauten van het Evangelie. Ze worden geamuseerd nagekeken door de bierdrinkende bezoekers van Bar do Armando. Voor hen zijn het op de eerste plaats nieuwe acteurs in het straattheater dat hier al sinds jaar en dag wordt opgevoerd door een schilderachtige mengelmoes van kunstenaars, musici, dichters, straatverkopers, bedelaars en halve en hele criminelen.

In de São Sebastião-kerk wordt vanavond een huwelijk ingezegend. Schijnwerpers zetten de ingang in blauw en roze licht. Taxi’s rijden af en aan. Er stappen mannen uit in krappe kostuums en vrouwen in glimmende galajurken die op hoge hakken moeizaam over de gaten in de straat stappen. Een jonge straatverkoopster met dreadlocks, een groot kruis om haar hals, probeert ons iets te verkopen van haar bord met ‘magische’ voorwerpen en hippiesieraden. Naast de kerk sist vuurwerk. Vuurpijlen spatten in de lucht uit elkaar. De antieke sambamuziek uit de luidsprekers van de bar wordt overstemd door het geluid van tientallen auto’s die versierd met ballonnen en posters van Nossa Senhora de Fatima luid toeterend voorbij rijden. Op de laatste wagen staat een Mariabeeld. De mannen op de laadbak juichen alsof ze de wereldcup voetbal hebben gewonnen.

Onbevlekt

Deus é Brasileiro (‘God is Braziliaan’), zeggen de Brazilianen zelf graag. Als het geluk een Braziliaan, of de hele natie, onverwacht toelacht. Als het nationale team weer eens het goddelijke sambavoetbal demonstreert. Als men uiting wil geven aan een diepgeworteld gevoel dat Brazilië werkelijk een gezegend land is dat meer heeft om dankbaar voor te zijn dan om zich te beklagen. De Braziliaanse maatschappij is in ieder geval doordrenkt van zijn aanwezigheid.

Toch zie je de gemiddelde dominee niet zo snel een kip de nek doorsnijden of voorgaan met een wurgslang om de hals

Ook in Manaus is God alom aanwezig. Net als zijn enige zoon en diens onbevlekte Moeder. De laatste – Nossa Senhora da Imaculada Conceição (Onze Lieve Vrouwe van de Onbevlekte Ontvangenis) – is de schutspatroon van de stad, niet te verwarren met Nossa Senhora da Aparecida (Zwarte Maria), de beschermheilige van heel Brazilië. Hun namen vind je op muren, posters en T-shirts, op post- en menukaarten, op de deurmat van de bakkerswinkel: Jesus é o pão da vida (‘Jezus is het brood van het leven’). Hun afbeeldingen worden gedragen als tatoeages – Maria op een gespierde bovenarm, een kruis op de rug van een jonge vrouw. Hen wordt voor de voetbalwedstrijd door spelers en trainer in gebed om steun gevraagd. Zelfs op de richtingsfilm van de stadsbussen die als militaire colonnes door de drukke straten racen, staat het vaak in glanzende lichtletters te lezen: Jesus te ama, O Senhor e meu pastor (‘De Heer is mijn herder’). En wordt iemand door zo’n snelheidsmonster overhoop gereden (wat regelmatig gebeurt), dan is verlossing nabij: Jesus salva (‘Jezus redt’).

Waar in Nederland bescheiden wordt geopperd nu eens vrijmoedig en zonder schroom over God te spreken, wordt hij hier van de daken geschreeuwd. Blijmoedig. Ongeremd. Vanzelfsprekend. Als deel van het echte, gewone, dagelijkse leven.

Noem het opportunisme, pragmatisme of gewoon op een lenige manier overleven.

Donderpreken

Honderden kerken zijn er in Manaus, als het er al niet duizend en meer zijn. Naast de rooms-katholieke kerken valt het grote aantal methodistische, baptistische en vooral pinkster-gebedshuizen op. Rij ’s avonds door de stad en je kunt ze niet missen, al die met rijen klapstoelen gemeubileerde, witverlichte zaaltjes, soms met slechts enkele bezoekers, vaker bomvol. Daar wordt het Woord verkondigd, Halleluja gezongen en de duivel uitgedreven. Het gebeurt ook op straat. Met name rond de Igreja da Matriz, de kathedraal van de stad, dichtbij de haven, waar zich grote aantallen prostituees en alcohol- en drugsverslaafden ophouden. Dagelijks trekt daar een bonte stoet predikers voorbij. Er zijn donderpreken en openbare biechten. In de haven dwingt een rood aangelopen man een prostituee schreeuwend op de knieën, een bijbel als beulsbijl dreigend boven haar hoofd. Als zij zich niet aan Jezus geeft, zal de duivel zelf haar komen halen. De vrouw beeft, haar gezicht nat van tranen. Dan springt ze op, slaat het boek weg en gaat ervandoor.

Opportunisten

De parafernalia waarmee Brazilianen zich omringen, zijn meestal van christelijke origine. Maar ook de wortels van de Afro-Braziliaanse bevolking worden gekoesterd, evenals de natuurgodsdiensten van de inheemse volken. Van deze laatsten wonen er tegenwoordig veel in de stad. De meeste kerken en religies in Amazonas, waar het regenwoud nog altijd een groot deel van de deelstaat bedekt, hebben sowieso een sterke band met de natuur. Wie, zoals ik, actief betrokken is bij het woud en zijn bewoners en hun stem wil laten horen, vindt in de kerken in Manaus krachtige medestanders. Onlangs nog riepen kerkelijke organisaties samen met ngo’s en adviesorganen van inheemse volken de regering van de deelstaat op ‘een einde te maken aan de verslechterende milieusituatie’. Je vraagt je af: is het toeval dat naast Maria de meest populaire heilige – niet alleen in Manaus maar in heel Amazonas – Franciscus van Assisi is? Het vredesbandje met het Tau-teken om mijn pols wordt in ieder geval herkend en gewaardeerd.

Voor ons is het hoogmoedig om je te vereenzelvigen met Christus aan het kruis, in Manaus is dat gewoon

Brazilianen zijn de meesters van het syncretisme, het combineren van uiteenlopende of tegengestelde geloven. En opportunisten. De rooms-katholieke kerk in Brazilië ondervindt momenteel enorme concurrentie van de protestantse pinkster-bewegingen. Tegelijkertijd is het voor een Braziliaan die overstapt heel gewoon om Maria die van oudsher aan de muur hangt, niet het huis uit te doen maar ergens veilig op te bergen. Je weet maar nooit, is de achterliggende gedachte. Of is het pragmatisme. “De Bijbel is mijn kerk,” zegt de 40-jarige Rogério die als buschauffeur werkt én als lastdrager in de haven van Manaus. Hij is bij geen enkel kerkgenootschap aangesloten maar bezoekt de diensten van de adventisten aan Rua 7 de Setembro. Die sluiten het beste aan bij zijn werkschema.

Rond macumba blijft een sfeer van duisternis hangen.

Wurgslang

Vaak wordt bij de Afro-Braziliaanse macumba-rituelen in Manaus uit de Heilige Schrift gelezen. Er wordt aan de (oorspronkelijk West-Afrikaanse) candomblécultus uit de deelstaat Bahia gerefereerd en aan de (indiaanse) geesten uit het woud. Veel Brazilianen vinden het gewoon om de ene avond een Afro-Braziliaanse viering bij te wonen en de volgende dag naar de kerk te gaan. Op de grote begraafplaats São João Batista worden bij het grote zwartgeblakerde kruis naast de kerk niet alleen grote hoeveelheden witte én zwarte kaarsen gebrand, maar ook bekertjes met drank en etenswaren voor de geesten achtergelaten. Dit laatste tot vreugde van de katten en honden die op en rond de graven leven.

In een souterrain in het centrum drijft Antonio Pereira al sinds 1979 zijn Supermercado de Umbanda Pomba Gira Rainha, een kleine, donkere winkel vol rituele voorwerpen en muziekcd’s (zoals je tegenwoordig op plekken in heel Zuid Amerika aantreft). Volgens Pereira zijn de overeenkomsten tussen katholicisme en macumba veel groter dan de verschillen en hij wijst op de heiligen in beide religies. Het is waar dat op een van de muren van de terreiro (terrein van samenkomst) die ik regelmatig bezocht een levensgrote afbeelding van de heilige Sebastiaan is geschilderd. Het klopt dat er beeldjes staan die Jezus en Maria voorstellen. Toch zie ik de gemiddelde dominee of priester nog niet zo snel voorgaan met een wurgslang om de hals of tijdens de eredienst een levende kip de nek doorsnijden. De meeste gelovigen komen er zelf liever niet openlijk voor uit dat ze naast de wereld van het Christendom ook die van de woudgeesten frequenteren. Hoewel op grote schaal gepraktiseerd, blijft rond macumba een sfeer van duisternis hangen. ‘Macumbeiro’ is een scheldwoord. Zelf heb ik vooral de sociaal verbindende functie van de terreiro ervaren. En genoten. Het leven wordt er gevierd met muziek, zang en dans, met eten en drinken. Iedereen is daarbij welkom, ook ongelovigen, ook een fotograaf uit Nederland, die al snel caboclo holandês wordt genoemd.

Lenig

De souplesse waarmee Brazilianen hun religieuze kaarten trekken en gebruiken, is telkens weer verrassend. Zelfs de inheemse volken laten nu hun religieuze rituelen met elkaar versmelten. In de stad Aldeia Beija-Flor, 57 kilometer van Manaus, vormen 700 mensen van twaalf verschillende stammen een van de grootste inheemse gemeenschappen van Brazilië. De eerlijkheid gebiedt wel te zeggen dat de presentatie van Beija-Flor als multi-etnische samenleving vooral ook toeristen moet trekken. En ze doet het goed op televisie, in de reality show Amazônia.

Pai, perdoa-lhes, porque não sabem o que fazem (‘Vader, vergeef hen, want zij weten niet wat zij doen’) staat op het bord waarmee een groep macumbeiros door de straten van Manaus trekt. De groep protesteert omdat hun geloof door de overheid niet als een volwaardige religie wordt erkend. Somos todos filhos do mesmo Pai – ‘Wij zijn allemaal kinderen van dezelfde Vader’.

Het komt op ons misschien hoogmoedig over dat je je vereenzelvigt met de lijdende Christus aan het kruis, in Manaus is dat gewoon. Het geloof wordt hier groter dan groot geleefd. Noem het opportunisme, pragmatisme of gewoon een lenige manier van aanpassen en (over)leven, het maakt in ieder geval dat religie in Brazilië altijd in beweging is. Dat het geloof echt geleefd wordt. De vele Haïtiaanse vluchtelingen die zich recent in Manaus vestigden, zullen zeker voor veranderingen zorgen. Hoe? Dat zal de toekomst leren. Se Deus quiser.

Terug naar Bar do Armando. Een ‘straatjongen’ – ik ken hem al zo lang, het is inmiddels een man – vraagt wisselgeld om bolo (taart) te kopen bij het stalletje voor de ingang van de kerk. Met de opbrengst wordt de opvang van straatkinderen en zwervers gefinancierd. Enkele dagen later in het opstijgende vliegtuig naar Europa wordt een ‘Ave Maria’ gebeden. Ik zit tussen Braziliaanse pelgrims op weg naar de Europese bedevaartsoorden Fatima en Lourdes.

Macumbeiros in Manaus: ‘Wij zijn allemaal kinderen van dezelfde Vader.’

“Braziliaanse religie werkt in het alledaagse”

Kunnen wij leren van de uitgesproken manier van geloven der latino’s? Matthijs van de Port, antropoloog en hoogleraar ‘populaire religiositeit’ aan de Amsterdamse VU deed in deelstaat Bahia onderzoek naar candomblé. “Zeker in de meer volkse religievormen moeten goden, met hun toegang tot bovennatuurlijke hulpbronnen, ‘leveren’. Toen een vriend van mij iets gedaan wilde krijgen van Santo Antonio, werd het beeldje van de heilige met een koord omwikkeld en op zijn kop gehangen met de mededeling dat hij pas weer mocht staan als hij zijn diensten had geleverd. Het gaat vaak om een ruilverhouding: je belooft de heilige een bedevaart en geschenk als hij of zij iets voor jou gedaan krijgt. Dat oppervlakkig noemen is typisch protestants. Gelovigen die vinden dat religie door en door verinnerlijkt moet zijn en haar waarde ontleent aan de persoonlijke relatie die je met God tot stand weet te brengen, kom je hier niet tegen. Het is te gemakkelijk om pogingen om het goddelijke voor ‘aardse’ noden aan te roepen, af te doen als ‘opportunistisch’. Voor veel arme Brazilianen zijn die noden gigantisch en is bidden het enige redmiddel. Ze kunnen zich de luxe van een volstrekt spirituele godsdienstopvatting gewoon niet permitteren.

“Ik heb veel geleerd van de manier waarop Brazilianen hun religies belijden. Ik begon als onderzoeker met een naïeve opvatting over religie als een volledig door mensen gemaakt instituut dat normerende, beperkende leefregels uitdraagt. Waarom zou je je daar ‘in Gods naam’ aan overleveren? Veel Braziliaanse vrienden begrepen werkelijk niet waar ik het over had. Hoezo was religie beperkend? Het was juist een opening naar het onbekende, een manier om je open te stellen voor het gegeven dat er zoveel meer is dan wij kunnen bevatten: het mysterie, het wonder, de openbaring van het Andere. Dat hooghouden van het besef van het menselijk tekort sprak mij zeer aan.”

Een versie van dit artikel is eerder gepubliceerd in Volzin, magazine voor religie en samenleving.