Spoken uit het verleden

Luchtfoto Runit Dome. U.S. Department Of Energy (Public Domain)

Doet de naam Tsjernobyl of Chernobyl alarmbellen afgaan? De nieuwe HBO-miniserie ‘Chernobyl’ (al “de schokkendste serie van de afgelopen decennia” genoemd) herinnert de wereld aan de nachtmerrie die werkelijkheid werd op de vroege ochtend van 26 april 1986. Een ondeugdelijk ontworpen kernreactor in Oekraïne (toen nog Sovjet-Unie) raakte tijdens een gesimuleerde stroomstoring-veiligheidstest defect. Die kernramp maakte het gebied bij de rivier de Pripjat in het noorden van Oekraïne, niet ver van de grens met Wit-Rusland, voor de komende 20.000 jaar voor mensen onbewoonbaar.

Tsjernobyl is meer dan dertig jaar geleden. Maar een nieuwe kernramp is mogelijk onderweg. Op een van de Marshalleilanden in de Stille Oceaan, Runit Island, bevindt zich een “nucleaire doodskist”, met daarboven een betonnen koepel die zijn langste tijd als veiligheidsschild tegen de door mensen begraven monsters uit het verleden lijkt te hebben gehad.

De Verenigde Staten voerden van 1946 tot 1958 kernwapenproeven uit op de toen nog ongerepte Marshalleilanden. In totaal werden er daar 67 atoombommen tot ontploffing gebracht, waaronder in 1954 de 15 megaton zware Charlie Bravo-waterstofbom, die ongeveer 1.000 keer krachtiger was dan de bom op Hiroshima, Japan.

De Amerikanen begonnen in de jaren zeventig met de bouw van de koepel. Het was een verlate reactie op de nucleaire proeven, waarbij de met radioactieve neerslag (Kinderen dachten indertijd dat het sneeuw was, speelden erin en aten het zelfs) besmette bovengrond van de eilanden werd geschraapt en vermengd met radioactief afval afgevoerd naar een diep gat op het eiland Runit, Cactus Crater, veroorzaakt door een proef met een atoombom in 1958. In 1980 dumpte het Amerikaanse leger de radioactieve suspensie in de krater en bouwde erboven met 358 betonnen panelen een koepel om hem af te sluiten.

De stijgende zeespiegel, grondverschuivingen en stormen hebben recent tot nieuwe zorgen geleid over de deugdelijkheid van de “nucleaire doodskist” en het vermogen ervan om radioactieve stoffen tegen te houden. De koepel begint naar verluidt scheuren te vertonen, er zou al water in de krater staan en er bestaan grote zorgen dat bij een volgende storm een van de meest giftige stoffen ter wereld in de Stille Oceaan kan lekken, te weten de radioactieve plutonium-239-isotoop, een nevenproduct van atoombommen dat vervalt met een halfwaardetijd van 24.100 jaar.

“Wat we afscheiden komt terug om ons op te vreten” lezen we in de roman ‘Onderwereld’ (1997) van de Amerikaanse schrijver Don DeLillo.

De mens ging er altijd vanuit dat elk transport naar de onderwereld onomkeerbaar was. De klimaatcrisis haalt deze (geruststellende) gedachte onderuit. De spoken uit het verleden keren terug.

In de warme zomer van 2016 ontdooide in de Siberische regio Jamalo-Nenets, een schiereiland tussen de Karazee en de Golf van Ob, bijna achttienhonderd vierkante kilometer permafrost. In de modderpoelen die ontstonden kwamen de resten naar boven van rendieren die 75 jaar eerder, in 1942, door miltvuur waren geveld. Mensen raakten besmet en een kind bezweek aan de ziekte, evenals duizenden rendieren. In datzelfde jaar kwam in het noordwesten van Groenland een verlaten ondergrondse Amerikaanse legerbasis uit de Koude Oorlog compleet met giftig afval naar boven.

Drie jaar later. In het Canadese Noordpoolgebied beginnen lagen van de permafrost waarvan wetenschappers dachten dat die nog minstens zeventig jaar bevroren zouden blijven, te ontdooien. Het voorheen bevroren oppervlak is bezaaid met smeltvijvers. Wetenschappers maken zich zorgen, omdat een snel ontdooien van de permafrost grote hoeveelheden warmte vasthoudende gassen kan vrijmaken en een feedbacklus teweegbrengen die resulteert in een nog snellere stijging van de temperatuur.